Zoeken

Nekklachten

Bijgewerkt op: 19 okt.

Pijn aan de nek? Lees hier wat belangrijk is om te weten en ontdek wat u aan de nekklachten zelf kunt doen.


Ernstige aandoeningen uitsluiten


Eerst dienen ernstige aandoeningen uitgesloten te worden. Denk aan de volgende aandoeningen. Per aandoening kunt u lezen wat de kenmerken zijn.


Fractuur

Ouderdom, recent ongeluk (val), corticosteroïden gebruik of osteoporose.


Cervicaal arteriële dysfunctie

Cerebrale vascule symptomen zoals duizeligheid, dubbelzien, misselijkheid, overgeven, zwakte van de ledematen en papillaire afwijkingen.


Wervelkolombeschadiging of cervicale myopathie

Neurologische symptomen in beide beide armen en/of benen zoals gevoelloosheid, krachtverlies, of incontinentie.


Infectie

Symptomen van infectie (e.g. koorts of nachtelijk zweten), risicofactoren voor infectie (e.g. open wond, intraveneus drugsgebruik en blootlegging aan overdrage ziektes.


Kwaadaardige tumoren

Kanker in de voorgeschiedenis, geen verbetering na vier weken fysiotherapie, onverklaarbaar gewichtverlies, leeftijd ouder dan 50 jaar, slikproblemen, hoofdpijn en overgeven.


Systemische ziektes (herpes zoster, spondylitis ankylosis, rheumatoïde artritis)

Hoofdpijn, koorts, brandende pijn of jeuk.


Anamnese


Om inzicht te kijken in uw nekklachten en een persoonlijk behandelplan te maken, dienen de volgende dingen uitgevraagd te worden:Neurologische toetsen kunnen gebruikt worden om te kijken in welke mate de zenuwen betrokken zijn bij de nekklachten.

  • Beschrijving van de pijn

  • Neurologische symptomen

  • Beperkingen tijdens activiteiten en participatie

  • Beloop

  • Werk

  • Prognostische factoren

  • En psychosociale factoren


Testen


Neurologische toetsen kunnen gebruikt worden om te kijken in welke mate de zenuwen betrokken zijn bij de nekklachten.


Te beginnen met:

  • Spurling

  • Tractie/distractie toets

Indien een van deze twee testen positief is, is er sprake van nek pijn graad III. Graad III betekent nekpijn met een neurologisch component.


Indien beide toetsen negatief zijn, kan een toets ter controle gedaan worden of er echt zenuwen bij betrokken zijn:

  • ULTT (plexus brachialis en de n. medianus)

Indien de ULTT negatief is, is het zeer onwaarschijnlijk dat een neurologisch component betrokken is bij de nekpijn.


Nu kan worden bepaald of u onder nekpijn graad I of II valt:

If this test is negative you can be sure there is no neurological component to the neck pain.

Now you can determine if it is neck pain grade I or II:

  • Nekpijn graad I: bijna geen invloed op het dagelijks leven

  • Nekpijn graad II: significante invloed op het dagelijks leven


Profielen


Op basis van de nekpijngraad, beloop en de aanwezigheid van psychosociale factoren zijn er vier profielen te maken.


Profiel A

Nekpijngraad I en II met een natuurlijk beloop.


Profiel B

Nekpijngraad I en II met afwijkend beloop (geen vermindering van pijn en geen toename van activiteiten binnen zes weken).


Profiel C

Nekpijngraad I en II met een afwijkend beloop (geen vermindering van pijn en geen toename van activiteiten binnen zes weken) én dominante psychosociale factoren.


Profiel D

Nekpijngraad III met neurologische symptomen.


Behandeling


Elk profiel heeft zijn eigen behandeling.


Profiel A: graad I/II, normaal beloop


Informatie en advies

  • Pijn verdwijnt gebruikelijk binnen zes weken en u kunt vanzelf meer activiteiten weer oppakken.

  • Nekpijn is niet schadelijk en de pijn is niet te relateren aan het beschadigen van de nek.

  • Het beste is om zo actief mogelijk te blijven. Een actieve levenswijze is snelste methode om van de nekpijn af te komen.

  • De nek extra rust geven is contraproductief en zal het herstelproces slechts vertragen.

Additieve therapie bij werkgerelateerde pijn

Als de pijn optreedt bij uw werk, dienen de volgende twee aspecten te worden besproken:

  • Risicofactoren voor het in stand houden van de nekklachten moeten besproken worden. Denk bijvoorbeeld aan repetitief werk of langdurig zitten. Dit zijn factoren die de nekklachten kunnen verergeren.

  • Bij werkverzuim kan een arboarts ingeschakeld worden.

Conclusie

  • Normaal gesproken heeft u niet meer dan drie behandelingen nodig.


Profiel B: nekpijn graad I/II, afwijkend beloop


Informatie en advies

  • Advies is hetzelfde als bij profiel A

Oefeningen

  • Oefentherapie

  • Mobiliserende technieken uitgevoerd door een fysiotherapeut

Te overwegen behandelvormen als er te weinig vooruitgang is:

  • Cervicaal kussen;

  • Cognitieve gedragstherapie;

  • Kinesiotape voor pijnvermindering op de korte termijn

  • Massage

  • Warmte of koude therapie

  • Aanpassingen op het werk zodat het werk minder belastend is voor de nek. Denk bijvoorbeeld aan het werk minder repetitief of zwaar maken met voldoende afwisseling.

De volgende behandelvormen worden ook gebruikt, maar er is wel discussie over de wetenschappelijke onderbouwing hiervan:

  • Dry needling;

  • Elektrotherapie;

  • Ultrasound/shockwave;

  • En lasertherapie.


Einde van het behandeltraject

  • Evaluatie van de vooruitgang aan de hand van de volgende meetinstrumenten: NPRS en de PSK. Dit zijn lijsten waarop u de mate van pijn in cijfers kan benoemen;

  • Beëindig het behandeltraject zodra de doelen behaald zijn of als er geen vooruitgang geboekt wordt binnen zes weken;

  • Indien de behandelingen niet geholpen helpen, kunnen we de mogelijkheid bespreken van het inroepen van een dokter of een andere specialist.

Profiel C: nekpijn graad I/II met een afwijkend beloop en met psychosociale factoren


Informatie en advies

  • De behandeling zal vooral ingaan op de invloed van prognostische factoren als ziekteperceptie, wijze van omgaan met klachten, stress en bewegingsangst. Deze prognostische factoren kunnen namelijk het herstel in de weg staan.

Aanbevolen additieve therapie

  • Zelfde als profiel B met extra aandacht op de prognostische factoren.

Betwiste therapie

  • Zelfde als profiel B

Additieve therapie in het geval van werkgerelateerde pijn

  • Zelfde als profiel B

Einde van het behandeltraject

  • Zelfde als profiel B


Profiel D: nekpijn graad III (nekpijn met neurologische symptomen)


Bij profiel D kan fysiotherapie uitkomst bieden, maar omdat het om neurologische symptomen gaat, is het belangrijk om het verloop in de tijd goed in de gaten te houden.


Advies

Zelfde als profiel plus de volgende informatie in het achterhoofd houden:

  • Neurologische symptomen in de arm gaan gebruikelijk weer over binnen zes weken

  • Een actieve levensstijl en een actieve wijze van omgaan met de klacht, zal het herstel ten goede komen.

Geadviseerde additieve therapie

Zelfde als profiel B plus extra aandacht voor een actieve copingstijl.


Te overwegen therapie in het geval van weinig verbetering:

Zelfde als profiel B plus:

  • combinatie van cervicale en thoracale mobilisatie met mobiliserende oefeningen tegen de neurologische symtomen.

Betwiste therapie

Zelfde als profiel B


Beëindiging van het behandeltraject Zelfde als bij profiel B, plus een raadplegen van een huisarts als er geen verbetering optreedt binnen zes weken na het ontstaan van de klachten.



Oefeningen


Tegen nekklachten kunt de volgende componenten van bewegen oefenen:

  • Lenigheid

  • Spierlengte

  • Krachtuithoudingsvermogen

Lenigheid


Lenigheid in de nek wil zeggen in welke mate de nekgewrichten in de eindstand kunnen komen.


Flexie: Hoofd naar achteren buigen

Ga rechtop zitten op bijvoorbeeld een kruk of een stoel. Het beste is om niet op een kussen te zitten, maar op een harde ondergrond. De voeten zijn plat op de grond geplaatst met twee vuistbreedtes afstand tussen de voeten. De handen mag je laten rusten op de bovenbenen.

Strek eerst de nek goed uit alsof iemand je aan een touwtje omhoog trekt.

Probeer het hoofd zo ver mogelijk in de nek te leggen. Probeer het naar achteren bewegen zo rustig en geleidelijk mogelijk te doen. Visualiseer dat u de beweging wervel voor wervel maakt.

Houd de eindpositie drie secondes vast en beweeg dan terug naar de beginpositie.


Herhaal deze oefening drie keer en houdt de eindstand drie secondes vast.

Ter variatie zou u deze oefening ook kunnen doen met uw mond open. Dit geeft net weer andere rek.


Extensie: Hoofd naar voren buigen

Let op uw houding dat u nog steeds mooi recht op zit. Haal diep adem en bij het uitademen het hoofd langzaam voren buigen; wervel voor wervel. Ervaar de zwaartekracht van uw hoofd. Als uw hoofd niet verder komt met de zwaartekracht probeert u met spierkracht het laatste stukje uw nek in de eindstand te brengen door te proberen uw kin tegen de borst te drukken. Hierbij voelt u de nekwervels buigen maar tegelijkertijd ook naar achteren gaan.

Beweeg geleidelijk weer terug naar de uitgangspositie.


Herhaal deze oefening drie keer en houdt de eindstand drie secondes vast.


Lateroflexie: Hoofd opzij bewegen

Vanuit rechtop zitten brengt u langzaam maar geleidelijk uw rechter oor op uw rechter schouder. Het oor zal u nooit daadwerkelijk op de schouder kunnen leggen, want bij deze oefening moet u uw schouder ook omlaag houden. Het is ook belangrijk dat u uw hoofd niet naar voren brengt maar netjes boven de schouders houdt.


Herhaal deze oefening drie keer eerst bij de ene schouder voordat u doorgaat naar de andere schouder.





Spierlengte


Nekklachten worden vaak veroorzaakt door te veel spanning in de nekspieren. De spanning in de nekspieren zorgt er ook voor dat de nekspieren constant zich samentrekken en daarom korter worden.


Met rekoefeningen kan de spierlengte in de volgende nekspieren vergroot worden.


Trapezius

De monnikkapspier heet officieel de trapezius. De trapezius vormt een grote ruit op de rug en de nek en kan voor veel spanning in die regio zorgen.


Ga zitten op een kruk of een stoel zonder kussen. Plaats uw rechter hand met de handpalm naar beneden op de zitting. Hierdoor zet u uw arm vast.

Beweeg nu langzaam uw hoofd richting de schouder en zoek de rek op in de rechter monnikapspier.


Herhaal dezelfde rekoefening aan de linker kant van de trapezius. Wel eerst rechts afmaken volgens de onderstaande parameters eer u doorgaat met links.


  • Houdt de rek 30 secondes vast

  • Herhaal de rekoefening zo vaak mogelijk. 5 Series zou mooi zijn.

  • Probeer de rekoefening er niet snel doorheen te drukken. Als je het doet; doe het goed

Levator Scapula

De levator scapula is een dunne spier die vanaf achter de oren helemaal doorloop over de nek naar schouder.


U kunt de levator scapula rekken door weer op een kruk of stoel te gaan zetten. Nu plaatst u uw rechter hand over de schouder tussen de schouderbladen. Breng uw hoofd naar voren en links. U beweegt uw kin als het ware naar uw linker oksel.


Herhaal dezelfde rekoefening voor de linker levator scapula. Wel eerst rechts afmaken volgens de onderstaande parameters eer u doorgaat met links.


  • Houdt de rek 30 secondes vast

  • Herhaal de rekoefening zo vaak mogelijk. 5 Series zou mooi zijn.

  • Probeer de rekoefening er niet snel doorheen te drukken. Als je het doet; doe het goed


Krachtuithoudingsvermogen


Als je krachtuithoudingsvermogen oefent voor de nek, zal je beter in staat zijn om kromlopen te verminderen.

Als u namelijk een vermoeide nek hebt, zal u de neiging hebben om in uw 'banden te hangen'. Met in de banden hangen bedoelen fysiotherapeuten dat uw houding niet bepaald wordt door de spieren maar door passieve banden als ligamenten, pezen en bindweefsel.


Oefeningen voor krachtuithoudingsvermogen zijn anders dan krachtsoefeningen. Krachtsoefeningen zijn bedoeld om in een korte tijd veel kracht te kunnen leveren. Bijvoorbeeld als u moeite heeft met opstaan uit een stoel, zou u de squat kunnen doen.

Bij de nek is kracht nooit problematisch, maar wel om gedurende langere tijd een positie vast te houden. Daar zijn de oefeningen voor krachtsoefeningen voor.


Anteroflexie nek

Ga op uw rug liggen zonder kussen onder uw hoofd. Hef uw hoofd 2 cm zodat u geen contact maakt met uw hoofd met het oppervlak waarop u ligt. Hef het hoofd zonder de nek te buigen. U legt dus niet uw kin op de borst maar uw neus blijft dezelfde richting op wijzen bij het heffen.


  • Houdt het hoofd 20 secondes geheven

  • Herhaal dit drie series

  • Houdt 30 secondes rust tussen series. Vooral de afwisseling tussen spanning en ontspanning zorgt voor veel rust en afname van pijn in de nek.

Retroflexie nek

De omgekeerde bewegen oefent dezelfde spieren, maar dan natuurlijk andersom. U kunt dit in buiklig doen met uw hoofd over het bed doen. Mocht u dit een onplezierig gevoel geven kunt u deze oefening ook doen door voorover te leunen tegen een tafel of ander vaststaand object.


De oefening doet u door uw kin in te trekken en de nekwervels naar achter te drukken. Belangrijk is weer dat u uw nek niet buigt maar als een stokstaartje naar achteren trekt.

  • Trek het hoofd 20-40 keer naar achteren. Dit aantal kan overweldigend zijn. U kunt het makkelijk maken door de oefening uitvoeren door recht op te zetten, want dan heeft u minder last van de zwaartekracht

  • Herhaal dit drie series

  • Houdt 30 secondes rust tussen series. Even draaien met het hoofd kan als prettig ervaren worden.

Retroflexie nek met weerstandsband

U zou bovenstaande oefening ook kunnen uitvoeren met een weerstandsband. U plaatst de weerstandsband net boven de nek en u houdt de uiteindes van de weerstandsband vast voor u op ooghoogte.

De truc is nu om snel naar achteren te bewegen tegen de kracht van de weerstandsband in. Daar houdt u de nek drie secondes vast. Vervolgens laat u uw nek geleidelijk weer terugkomen naar de uitgangspositie.

Vooral het geleidelijk terug laten bewegen zonder schokkerig verloop zal de krachtuithoudingsvermogen in de nek ten goede komen.



Massage


Een massage helpt de spier te ontspannen. Ontspannen spieren zorgen voor minder nekpijn.


De massage van de nek ziet er alsvolgt uit:


Inspectie

  • Kleurverschil zoals roodheid

  • Controle van moedervlekken

  • Temperatuur

  • Beweegbaarheid van de huid

  • Spierspanning

Huid opwarmen

Voor een optimaal effect van de massage is het belangrijk dat eerst de huid goed opgewarmd wordt voor een goede bloedsomloop. De fysiotherapeut krijgt uw bloedsomloop goed op gang door met snelle handbewegingen over uw huid te wrijven.


Spieren opwarmen

Als de huid warmer is, gaan we op een dieper niveau opwarmen: namelijk de onderliggende spieren. Omdat de spieren dieper liggen moeten de wrijvingen harder komen en daarom wordt gebruik gemaakt van massageolie.

Bij de spieren opwarmen is niet meer sprake van korte snelle wrijvingen als bij de huid, maar lange en langzame stroken.

De spieren opwarmen werkt ook al ontspannend dus dit onderdeel wordt al snel deel van de kern van de massage.


Knedingen

De knedingen is officieel de kern van een goede massage. Eerst wordt de massageolie van de spieropwarming verwijderd met een handdoek.

Bij de knedingen wordt zo veel spier en bindweefsel opgepakt en vervolgens minstens twee secondes vastgehouden.

De nekspieren lopen van de schouder helemaal tot achter uw oren. Het zal u verbazen dat er nog op de zijkant van het achterhoofd ook nog nekspieren zitten.


Afronding

Om de massage mooi af te ronden zal uw huid een beetje losgeschudt worden en kleine kloppingen gegeven worden.


Mobiliseren


Mobiliseren betekent dat de fysiotherapeut ruimte creëert in de nekgewrichten. U hoeft niks te doen. De fysiotherapeut brengt langzaam de nek in de anatomische eindstanden en houdt de druk daar 5 keer 6 secondes vast. Dit geldt als een serie. Dan houden we even 30 secondes rust en doen we een volgende serie totdat er geen vooruitgang meer geboekt wordt ten aanzien van de bewegingsvrijheid in een bepaalde richting van de nek.


Flexie

Flexie is de buiging van het hoofd naar voren.

U gaat rechtop de behandelbank zitten. De fysiotherapeut slaat de arm over uw hoofd heen en houdt met de u vast onder het achterhoofd. Met de andere hand fixeert hij met zijn duim en wijsvinger uw nekwervel.

In eerste instantie buigt u zelf uw hoofd zo ver mogelijk naar de borst en volgt de fysiotherapeut passief uw beweging. In de eindstand zal de fysiotherapeut voorzichtig de druk opbouwen om zodoende de buiging van uw hoofd te vergroten.

Er kan per wervel specifiek gemobiliseerd worden door het fixeerpunt op een specifieke wervel te zetten.


Extensie

Extensie is het strekken van de nek waarbij je het hoofd zo ver mogelijk in de nek legt.

U gaat weer rechtop zetten en de fysiotherapeut zal uw hoofd omvatten. U gaat geleidelijk zo ver mogelijk met uw hoofd naar achteren. In de eindstand zal de fysiotherapeut u in de maximale eindstand brengen.

Deze mobilisatie is gericht op de hele nekregio. In vaktermen spreken we over mobilisatie van de cervicale wervelkolom (CWK).


We kunnen ook specifiek mobiliseren in de overgansregio tussen nek en rug. Dit heet dan het mobiliseren van de cervicaalthoracale overgang (CTO).

Bij het mobiliseren van de CTO moet u uw vingers in elkaar sluiten en de hand over uw hoofd in de nek leggen. De fysiotherapeut fixeert een wervel aan de bovenkant van de rug. Met de andere arm gaat de fysiotherapeut onder uw ellebogen en legt zijn pink onder uw hoofd. De fysiotherapeut gebruikt nu uw ellebogen die op zijn onderarm rusten als hefboom om uw hoofd naar achteren te buigen.


3D-flexie mobiliseren

Bij een 3D-beweging draait het om een dubbele beweging. 3D-flexie betekent het hoofd buigen en tegelijkertijd draait u uw hoofd richting een oksel. Dit kan natuurlijk aan beide kanten.


3D-extensie

Bij 3D-extensie moet het hoofd zo ver mogelijk in de nek gelegd worden en dan daarbij opzij draaien alsof u als een uil achter u wilt kijken.


De 3D-beweging is vooral fijn voor mensen die moeite hebben met het draaien het van het hoofd.


Gratis oefenschema

Wilt u liever oefeningen op maat en mooi uitgewerkt in een trainingsschema zodat u zelf aan slag kan? Stuur dan een e-mail naar mickvaneeuwijk@gmail.com


Het trainingsschema is gratis en het contact geheel vrijblijvend en zonder voorwaarden.




3 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven