Zoeken

Iliotibiaal Bandsyndroom

Bijgewerkt op: 14 feb.

Iliotibiaal bandsyndroom (ITBS) is een typische overbelastingsblessure die we vaak zien bij hardlopers en fietsers. Ook is het een blessure die vaak voorkomt bij soldaten die lange marsen moeten lopen.


De irritatie wordt gevoeld aan de buitenkant van de knie.


Wat is Iliotibiaal Bandsyndroom?


Het iliotibiaal bandsyndroom is een brede term voor irritatie aan de buitenzijde van de knie. De pees die aan de zijkant van de knie loopt (tractus illiotibialis) schuurt over het bot aan buitenkant van de knie (epicondyles lateralis) heen. In de afbeelding hieronder is de pijnlijke plek aangegeven met een rode stip.



De rode stip geeft de pijn van de blessure: bij de aanhechting van de tractus iliotibialis boven de laterale epicondyle van het femur. BF= Biceps Femoris, GMAX= Gluteus Maximus, GT= Trochantor Majus, ITB= Iliotibiaal Band, TFL= Tensor Fasciae Latae, VL= Vastus Lateralis
ITBS

Naast het schuren, wat klachten kan geven, kan er ook druk ontstaan op de zijkant van de knie.


Anatomische achtergrond


ITBS heeft dus te maken met de pees die aan de zijkant van het bovenbeen loopt tot over de knie: de tractus iliotibialis. De peesplaat heeft zijn oorsprong in de gluteus maximus, de gluteus medius en de tensor fascia lata. Deze peesplaat loopt aan de zijkant over het bovenbeen en knie en hecht aan op het onderbeen (scheenbeenf ofwel tibia) op het zogenaamde tuberculum van Gerdy.




Diagnose


De diagnose van iliotibiaal bandsyndroom wordt gebruikelijk gemaakt op basis van hoe de klacht is ontstaan en lichamelijk onderzoek.


ITBS is de op een na meest voorkomende hardlopersklacht. Als men dus regelmatig hardloopt en last heeft aan de buitenkant van de knie is het zeer waarschijnlijk dat het om ITBS gaat. Soms is beeldvormend onderzoek nodig om andere blessures uit te sluiten.


De pijn treedt veelal op na 3 kilometer hardlopen of na 10 kilometer wandelen. Typerend voor ITBS is dat bij 30 graden buiging van de knie de pijn optreedt.



Testen


De test voor het diagnostiseren van ITBS bij de knie is de test van Noble.

De test gaat als volgt:

  1. patiënt in ruglig

  2. knie in 90° met voet op de behandelbank

  3. fysiotherapeut druk op 1 a 2 cm boven de epicondyles lateralis

  4. patiënt strekt langzaam de knie terwijl u met uw voet contact blijft houden met de behandelbank

  5. voelt u de rond 30° onder de duim van de fysiotherapeut de herkenbare klacht opkomen die u ook voelt bij het hardlopen? Dan is het waarschijnlijk dat u ITBS heeft.


Een test die inzicht in hoe ITBS behandeld kan worden. Door te springen en dan te kijken naar het landen, geeft informatie of de landing hard of zacht is. Als de landing vrij hard is, komt veel kracht op de knie te staan. Als de landing zachter gemaakt kan worden door meer door de romp meer naar voren te buigen, komt er minder kracht op de knieën te staan.


Compressie of inklemming?


Er zijn twee modellen voor de pathofysiologie: compressie versus inklimming.


Compressie gaat ervan uit dat het probleem zich bij de aanhechting van de tractus begeeft. De tractus hecht aan in het periost van het epicondyl van het bovenbeen. Volgens de compressie theorie is in dit periostgebied een verdrukking van vet, bloedvaten en zenuwen, wat de pijn geeft.


ITB= Iliotibial Band, LFE= Laterale Femur Epicondyle
Compressiemodel


De inklemmingtheorie gaat ervan uit dat de pijn ontstaan boven de aanhechting: tussen de tractus iliotibialis en de zijkant van de knie. De tractus beweegt niet soepel langs het epicondyl van het femur, waardoor daar wrijving ontstaat. Een strak gespannen tractus door te veel contractie van de bilspieren zou de oorzaak kunnen zijn van te veel wrijving over de zijkant van de knie.



ITB= Tractus Iliotibialis, LFE= Laterale Femur Epicondyle
Inklemmingmodel



Het verschil tussen beide modellen is dus dat het compressiemodel de oorzaak legt bij de aanhechting van de tractus iliotibialis en het inklemmingmodel de tractus ziet als een band die schraapt over de zijkant van de knie.


Een combinatie van twee modellen is zeker wetenschappelijk te onderbouwen. We zien namelijk de volgende eigenschappen van ITBS:

  • Toename gewrichtsvloeistofafscheiding (synovium)

  • Verdikte tractus iliotibialis

  • Te veel weefselvorming (hyperplasia)

  • Kwaliteitsafname van het weefsel (fibrosis)

  • Ontsteking

Deze eigenschappen van ITBS zijn met beide modellen te verklaren en het is dus niet ondenkbaar dat ITBS een combinatie is van de twee modellen.



Functie van de Tractus Iliotibialis


Vroeger dacht men dat de tractus ilioitibialis een pees is die het been zijwaarts heft. De tractus iliotibialis zou volgens die theorie een onafhankelijke pees zijn die de krachten van de bilspier doorgeeft over de zijkant van het been,


Tegenwoordig zien we meer verwevenheid van de tractus illiotibialis met omliggende structuren.


Ten eerste is tractus iliottibialis verweven met structuren in het been. Bijvoorbeeld de fascia lata, vastus lateralis, biceps femoris en de zijkant van het scheenbeen (tibia). Vooral waar de tractus aanhecht, aan de voor-zijkant (anterolateraal) van de knie, heeft het een stabiliserende functie. Volgens deze nieuwe zienswijze is de tractus iliotibialis dan ook belangrijk voor stabiliteit bij draaibewegingen in het been.


Ten tweede zien we dat tractus via de bilspieren (gluteus medius en gluteus maximus) ook verweven is met structuren in de lage rug. Daarmee is de tractus zelfs verantwoordelijk voor de stabiliteit in de onderrug.


Daar waar de tractus vroeger dus alleen een pees die het mogelijk maakte om het been zijwaarts te heffen, denkt men nu dus dat de tractus ook stabiliserende functie heeft: zowel in de onderrug als in de knie.



Vanaf de onderrug lopen fascia over in de gluteus maximus. De gluteus maximus loopt over in de tractus iliotibialis en de tractus iliotibialis hecht aan op het femur, vastus lateralis, retinaculum van de knie, biceps femoris en de voorkant van het scheenbeen. Het verloop van de tractus iliotibialis wijst erop dat we de behandeling van ITBS alle betrokken delen van het lichaam als een geheel moeten zien: onderrug, heupen, femur, knieën, fascia in de onderrug, gluteale fascia, fascia lata en de anterolaterale knie. AL-ABD= anterolaterale abdominalis, LD= Lumbodorsale Fascia, RF= Rectus Femoris.
Verband tussen Tractus Iliotibialis en lage rugspieren



Wanneer heb ik last van ITBS?


ITBS voelt men bij het hardlopen het meest bij de standfase. De standfase is de fase waarbij de op de grond staat en zich voorbereid op het weer afzetten. Bij de standfase is het er het meeste buiging in de knie, waardoor er het meeste kracht op de tractus illiotibialis komt te staan.



Heel-strike hardloper


De fase daarvoor, de zogenaamde zwaaifase, kan invloed hebben op ITBS. Tijdens de zwaaifase bereiden de spieren zich namelijk voor het laten neerkomen van de voet.



Bij de mid-stance is er de grootste kniebuiging. De afremfase bij hardlopen is van heel-strike tot het moment dat de knie het meeste gebogen is. Deze afremfase veroorzaakt de meeste pijn bij ITBS.
Mid-stance


Risicofactoren voor het Iliotibiaal Bandsyndroom


Factoren die geassocieerd worden met illiotibiaal bandsyndroom zijn:

  • Grote flexie van de knie tijdens de standfase: Onderzoek heeft uitgewezen dat hoe groter de buiging in de knie is bij de standfase des te groter de kans op ITBS is.

  • Repetitieve overbelasting;

  • Spierzwakte in de heup- en bilspieren: Door spierzwakte in de heup- en bilspieren heeft de knie de neiging om naar binnen te draaien (endorotatie van de heup en adductie in de knie), wat een verhoogd risico op ITBS geeft.

  • Letsel aan de tractus iliotibialis. Onderzoek wijst uit dat een aangedane tractus in lengte verandert tijdens het hardlopen, wat een verhoogd risico geeft op ITBS.

Er is geen bewijs dat het illiotibiaal bandsyndroom onder vrouwen meer zou voorkomen dan onder mannen. Ook is er geen bewijs dat een van de volgende factoren een verhoogd:

  • Varusstand van de knieën (o-benen)

  • Valgusstand van de knieën (x-benen)

  • Pes planus (platvoeten)

  • Pas cavus (verhoogde voetbrug)

  • Q-hoek: onderbeen staat niet in het verlengde van het bovenbeen, maar er is een hoek in de knie tussen het boven- en onderbeen

  • Beenlengte.



Hardloopster met ITBS

De knie kan bij mensen met ITBS meer naar binnen draaien.
Hardloper (man) met ITBS


A= Normaal postuur, B= Teken van Trendelenburg, C= gecompenseerde Teken van Trendelenburg.
Vooraanzicht van de bewegingen in de romp, heupen en knieën.


Behandeling


De behandeling van ITBS draait om de juiste balans tussen rust en inspanning vinden.

In andere woorden: de belasting moet afgestemd worden op de belastbaarheid. Door de benen minder te belasten of anders te belasten, kunnen de betreffende weefsels herstellen.



Oefeningen


X-benen 'eruit trainen' door krachttraining voor de heupen, benen en romp te doen. Hierdoor kan het lichaam de beweging van de knieën beter controleren en de x-stand bij het hardlopen eruit halen.


Heup


Op een verhoging staan met gestrekt been. Door de heup zakken waardoor de voet van het loshangende been bijna de grond raakt.


Benen


Voor de benen is een squat de beste oefeningen. Niet alleen de grote bovenbeenspieren worden getraind maar ook de bilspieren.


Romp


Chin-knees: op een matje liggen en met de rechter elleboog de linker knie aantikken en visa versa.


Massage


Trigger point massage van de biceps femoris, vastus lateralis, gluteus maximus en de tensor fascia latae.



De soft-tissue benadering pakt de fasciale verbindingen aan tussen de vastus lateralis, tractus iliotibialis en biceps femoris. Triggerpoint methodes kunnen gebruikt worden, waaronder
Soft-tissue massage voor de Tractus Iliotibialis.


NSAID's


Non Steroid Accid Inflammatory Drugs (NSAID's). Dit is een paardenmiddel en zou ik alleen gebruiken als u een belangrijke wedstrijd moet lopen.


Loopscholing


Loopscholing om de x-benen eruit te halen.

  • Een opstapje voor een spiegel zetten. Stap herhaaldelijk op en af van het opstapje en let er op dat de bekken niet te veel kantelen en knie mooi onder het bovenbeen blijft.

  • Wandelen met de romp meer naar voren.

  • Wandelen met het volgende geheugensteuntje: 'loop met de knieën dichter bij elkaar', minder zwaar belasten

  • minder repetitief belasten


Herstelfases


Acute fase


De acute fase is van dag 3 tot 1 week na het ontstaan van ITBS. In de acute fase doet hardlopen pijn.


Massage van de tractus illiotibialis, vastus lateralis, biceps femoris en de gluteus maximus. De pijnlijke plekken in de spieren kunnen aangepakt worden met trigger point massage waarbij de 60 seconden druk wordt uitgeoefend op de pijnlijke plek.


U kunt het ijzen om de ontsteking te remmen als het veel last geeft, maar u kunt het ontstekingsproces als natuurlijk proces van het helen beschouwen en het niet ijzen.


Als oefening kan gewoon gewandeld worden, maar dan wel met bewuste aanspanning van de bilspieren en er dient gelet worden op een zachte landing van de voet.



Als men bij het landen ook meer de romp naar voren buigt, krijgt men een zachtere landing dan wanneer de romp recht overeind blijft. Het dus meer meebewegen van het hele lichaam zorgt er dus voor dat de knieën minder harde klappen krijgen.
Zachte vs harde landing


De single-leg step-down test is een goede test om een indruk te krijgen van hoe erg de klachten zijn van ITBS en ook om een indruk van de belastbaarheid te krijgen.



Indien mogelijk meerdere herhalingen maken om een indruk te krijgen van de romp-, heup en kniestabiliteit. Het aantal herhalingen dat gemaakt wordt de eerste keer is een mooi uitgangspunt om vanuit dat aantal te trainen. De single-leg step down kan vervolgens ook als oefening gedaan worden om meer controle te krijgen in de romp, heup en knieën. Belangrijk is om de oefening te staken als de pijn opkomt en niet wegtrekt. Als de pijn na een serie wegtrekt, kan de oefening hervat worden.
Single-leg step-down Test en Oefening


Subacute fase


De subacute fase kan van dag 3 tot 2 weken na het ontstaan van ITBS zijn. Ook in de subacute fase doet hardlopen nog pijn, maar de mate van pijn en ontsteking is verminderd ten opzichte van de acute fase. Mocht de pijn in de epicondyles femoris lateralis (buitenkant van de knie) nog steeds onveranderd zijn, kunt u corticosteroïden overwegen.


De fysiotherapeut kan de tractus illiotibialis, vastus lateralis en de biceps femoris te rekken.

De rectus femoris en de vastus lateralis kan door de fysiotherapeut gerekt worden door in buiklig uw hak naar de bil te drukken.





Zelfstandig kunt u ook de volgende rekoefening doen: Staand het linker been over het rechter plaatsen en met rechter arm over het hoofd naar links hellen. Houdt de rek minstens 30 seconden vast en herhaal dit minimaal 3 series.





Ten slotte kunt u wederom zelf overwegen om ijs te gebruiken om de ontsteking wat te stillen.



Herstel van krachtfase


De herstelfase kan na 1 week al beginnen en kan tot 6 weken duren. Hardlopen veroorzaakt nog steeds pijn tijdens de herstelfase, maar de pijn is vele mate minder dan in het begin. Ook is er sprake van toegenomen lenigheid die in de vorige fase is opgebouwd.


Tijdens de herstelfase wordt een begin gemaakt met krachtopbouw van de buikspieren en de de lage rug (lumbale) spieren. De volgende spieren kunnen getraind worden met staanoefeningen en weerstandbanden, en oefeningen vanuit liggende positie:

  • Schuine buikspieren

  • Rechte buikspieren (rectus abdominis)

  • Erector spinae

  • Lumbodorsale fascia

  • Multifidus

  • Serratus anterior

  • Transversus abdominis


De invloed van de romspieren op ITBS is nog niet helemaal onderzocht, maar de verbinding tussen romp, bekken en heupen wijst erop dat er een verband is tussen de lage rugspieren en de heupspieren. AL-ABD = Anterolaterale Abdomini, ES = Erector Spinae, LD = Lumbodorsale Fascia, MF = Multifidus, RA = Rectus Abdominis, SA= Serratus Anterior, TrA= Transversus Abdominis
Buikspieren en lage rugspieren werken samen met de Tractus Iliotibialis.


Ook de heupspieren (gluteus medius en maximus) moeten in deze fase getraind worden. Sterke spieren zorgen niet alleen voor meer stabiliteit, maar ook dat de tractus iliotibialis 'strak gespannen' blijft. Sterke spieren trekken de tractus goed aan. Als de tractus te los komt te liggen, kan er frictie ontstaan.

In het algemeen moeten de heupspieren vooral getraind worden op uithoudingsvermogen, timing en coördinatie.



Deze spieren zorgen voor stabiliteit in de heupen en bekken bij hardlopen. De oefeningen moeten vooral isometrisch en excentrisch zijn en gericht zijn op uithoudingsvermogen, timing en coördinatie. A= anterior, GMAX = Gluteus Maximus, GMED = Gluteus Medius, ITB = Tractus Iliotibialis, M = Midden, P = Achter, TFL = Tensor Fasciae Latae
Heupspieren werken samen met de Tractus Iliotibialis


De gluteus medius moet vooral isometrisch en excentrisch getraind worden en dan vooral de nadruk leggen op het voorste deel van de spier.

De volgende isometrische oefening voor de gluteus medius is bij uitstek geschikt tegen ITBS:





Staand op één been naast een muur. Het onderbeen dat het dat dichtst bij de muur staat heffen en tegen de muur indrukken. Om deze oefening stabieler te maken kan u gebruik maken van een stok. Om stabiliteit ook te oefenen, is het goed om deze oefening zonder stok te oefenen. Wilt u extra concentreren op de stabiliteit? Druk dan een skippybal tegen de muur in. De kracht 5 tot 15 secondes aanhouden en dit 3 series herhalen met 30 secondes pauze daartussen.

Het is belangrijk om een goede houding van de romp ten opzichte van het been te letten. Er mag geen x-stand van de benen ontstaan.

Ook is het de kunst om alleen de gluteus medius aan te spannen en niet te compenseren door andere spieren te gebruiken.



De gluteus maximus moet getraind worden om te interne rotatie in de heupen (x-benen) eruit te halen. Dat kan met doen met behulp van de volgende oefeningen:


Single-leg step down

Op een been staan op een verhoging. Andere been gestrekt naar voren en naar beneden zakken. Deze oefening geeft informatie over de kracht in de heupen (pelvic drop) en valgus en varusstand van de knieën. Deze oefening mag alleen gedaan worden als de pijn weg is. Als er na de oefening pijn is, maar wegtrekt, kunt u wel verder gaan met de oefening.




Enkelvoudige been muur squat



A: single-leg wall squat zonder ondersteuning

B: single-leg wall squat zonder ondersteuning.


Leun voorover met de romp om de gluteus maximus goed aan te spannen. Vervolgens abductie maken tegen de muur in.


Single-leg dead lift



De single-leg dead lift zorgt ervoor dat de achterste heupspieren waaronder de gluteus maximus de interne rotatie van de heup beter kunnen controleren waardoor men meer balans zal krijgen in de heupen.